Hoofdstuk 17 Wennen aan haar aanwezigheid

DE POV VAN SARGIS

Ik lachte tegen mezelf als een stomme idioot.

Het beeld van haar, mijn Narine, met haar wangen als een eekhoorn als een eekhoorn terwijl ze banaan na banaan verslond, bleef maar in mijn hoofd spelen.

God, ik werd geslagen.

Zelfs niet op een leuke, ongedwongen manier. Ik bedoel,...

Log in en ga verder met lezen