Hoofdstuk 207 CERYS

Het marmer onder mijn voeten voelde koud, glad van het bloed, maar ik bleef als vastgeworteld staan terwijl ze dichterbij dreef, haar parfum nu overweldigend, weeïg als rottend zoet fruit.

"Ik haat je, Narine," siste ze, bijna teder. "Zonder reden. Gewoon omdat ik elke keer als ik naar je kijk het ...

Log in en ga verder met lezen