Hoofdstuk 22

Ik zat op mijn troonachtige stoel, de kamer gehuld in duisternis terwijl ik wachtte.

Mijn vingers trommelden lui tegen de leuning, mijn ogen gefixeerd op de deur. Het beest in mij stond al te popelen om iets te verscheuren.

Ik mag dan koud en meedogenloos zijn, maar wat ik niet kan verdragen, is dat...

Log in en ga verder met lezen