Hoofdstuk 31

EMILIA'S PERSPECTIEF

  Nee.

  Nee, nee, nee.

  Mijn hart bonsde als een drum in mijn borst, zo hevig dat ik zweerde dat de hele kamer het moest hebben gehoord. Zijn woorden—zijn verdomde bewering—wonden zich om me heen als kettingen.

  'Je verlaat mijn zicht niet voor de rest van de dag.'

  Ik schre...

Log in en ga verder met lezen