Hoofdstuk 76 Amalie

Ik ren, waarvoor weet ik niet. Maar wat ik wél weet, is dat als dat ding me te pakken krijgt, het voorbij is. “Beren!” schreeuw ik terwijl ik door blijf rennen. Ik kan haar niet voelen of met haar praten. Maar ze moet er zijn. Ik weet dat ze er gewoon móét zijn.

Een tak zwiept tegen mijn gezicht. I...

Log in en ga verder met lezen