Hoofdstuk Honderdzevenentwintig

Kota liep naar Luna toe en nam haar hand in de zijne.

Wren staarde hem aan, daarna keek ze naar Luna.

Luna haalde diep adem en probeerde het haar uit te leggen: "Terwijl ik daar in het bos lag, was ik af en toe bij bewustzijn, maar ik viel steeds weer weg. Ik hoorde een vrouw en een man praten. De...

Log in en ga verder met lezen