Hoofdstuk Vijfhonderd zevenenzestig

LIEF

Ik lig op de koude betonnen grond, naakt zoals de dag dat ik werd geboren, wanneer de kalmeringsmiddelen die de boswachters op me hebben afgeschoten, beginnen uit te werken.

En het allereerste wat in me opkomt terwijl ik naar een plafond van koud ijzeren tralies staar is...

Polly.

En...

Log in en ga verder met lezen