Hoofdstuk Vijfhonderd Negenenzeventig

POLLY

Op het moment dat ik begin te huilen, begraaf ik mijn gezicht in mijn handen en krul ik me op in de hoek van de bank. Ik wil zijn gezicht niet zien. De blik in zijn ogen. Ik dacht dat ik dat wilde, maar ik had het mis. Het moment dat hij door de deuren stapte en mijn naam zo uitsprak. Z...

Log in en ga verder met lezen