Hoofdstuk Zeshonderdvierentwintig

WRENCH

Ze slikt moeizaam en kijkt me woedend aan. "Waarom?"

Met een trage grinnik reik ik onder haar beide armen door en ruk haar uit de stoel. Ik neem zelf plaats, krom een vinger en wenk haar naar me toe. Wanneer ze geen krimp geeft, haar ogen strak op de klauwen van mijn hand gericht, trek ...

Log in en ga verder met lezen