HOOFDSTUK 121 Aan Tingri

Draven

Na een dag vol niets dan steen en wind, vond ik eindelijk leven.

De nacht had de bergen al opgeslokt toen het kamp zich onthulde.

Het terrein verzachtte toen ik afdaalde—rotsachtige morenen maakten plaats voor bredere hellingen bezaaid met keien en broos ijs. De lucht werd dikker, droeg ...

Log in en ga verder met lezen